Verdronken nederzettingen

Gebieden die nu onder water staan, werden vroeger bewoond. Vooral Zeeland kent een hoog aantal verdronken nederzettingen.

Prehistorische sporen

De Noordzee is na de laatste IJstijd ontstaan. Daarvoor kende Nederland een heuvelachtig toendralandschap. De zeespiegel lag een stuk lager dan tegenwoordig en ons land zat aan Engeland vast. Vanaf de laatste IJstijd heeft het Noordzeebekken zich gevuld en is de Noordzee ontstaan. Deze ondergelopen gebieden werden in de prehistorie bewoond. Mensen vestigden zich vlakbij het water; dit waren aantrekkelijke woonplaatsen vanwege de vruchtbare bodem voor landbouw en de mogelijkheden voor visserij. Door de stijging van de zeespiegel zijn veel van deze nederzettingen verdronken. Maritieme archeologen vinden dan ook nog regelmatig prehistorische sporen onder of nabij het water.

Watersnoden in Zeeland

In het Zeeuws kleigebied ligt een grote hoeveelheid verdronken nederzettingen. Zeeland telt minstens 120 verdronken kerkdorpen en tientallen verdronken buurtschappen en kapeldorpen. Tijdens watersnoden zoals de Sint-Elisabethsvloed in 1421 en de watersnoodramp in 1953 zijn grote delen van het land ondergelopen. Een verdronken nederzetting werd door haar inwoners verlaten of op een andere plek opnieuw gesticht. Zeelands meest bekende verdronken stad is Reimerswaal. Reimerswaal lag op Zuid-Beveland aan de zuidoever van de Oosterschelde en was in de middeleeuwen na Middelburg en Zierikzee de derde stad van Zeeland. De archeologische vindplaats van Reimerswaal is aangewezen tot rijksmonument.