Staats-Spaanse linies

Tijdens de Tachtigjarige Oorlog werd een stelsel van verdedigingslinies aangelegd: de Staats-Spaanse linies.

Na de val van het Romeinse Rijk duurde het een aantal eeuwen voordat in Nederland opnieuw een integraal verdedigingsnetwerk werd aangelegd. In de middeleeuwen kwamen de grote steden op; dit waren autonome vestigingen die hun eigen verdediging organiseerden. Pas tijdens de Tachtigjarige Oorlog in de 16e en 17e eeuw werd een stelsel van verdedigingslinies aangelegd. In eerste instantie werden de steden versterkt met wallen en bastions. Vervolgens ontstond het idee om het water bij de verdediging te gebruiken en de vestingsteden met elkaar te verbinden tot een integrale verdedigingslinie. Wanneer de vijand naderde, kon men dijken doorsteken, het gebied onder water zetten (inundatie) en op die manier de toegang blokkeren. Later werden overstroomde gebieden weer ingepolderd.

Cultuurhistorische betekenis

In de hele regio zijn nog ongeveer 60 elementen van de Staats-Spaanse Linie zichtbaar in het landschap. Het gaat om forten, redoutes, vestingsteden en linies. Bijzonder is de hoge dichtheid van militaire relicten in een relatief klein gebied, aan de Nederlands-Belgische grens in Zeeland. Maar ook langs de Maas in Brabant en Limburg zijn nog veel resten uit de Spaanse tijd zichtbaar.

Beeld: Verovering van Hulst op de Spanjaarden, Hendrick de Meijer 1645 (links)
Zicht op reconstructie van een fort, onderdeel van de Staats-Spaanse linies, Axel (rechts)