Scheepvaartnatie

Nederland kent een rijk scheepvaartverleden. In de Gouden Eeuw was Amsterdam het economische handelscentrum van de wereld.

De Amsterdammers hadden veel verdiend met de moedernegotie (basishandel): de lucratieve handel die Nederlandse kooplieden vanaf de middeleeuwen dreven met landen rond de Oostzee. Hiermee werd de basis gelegd voor de oprichting van de VOC en de Gouden Eeuw in de Nederlandse Republiek. De Hollanders kwamen met hun handelsschepen over de hele wereld. De honderden scheepswrakken die nog op de zeebodem liggen, zijn hier stille getuigen van. Het maritieme verleden is nog steeds zichtbaar in historische handelssteden zoals Amsterdam en Middelburg in de vorm van talloze pakhuizen. Net als de scheepswrakken vormen deze monumentale gebouwen een onderdeel van het maritieme cultuurlandschap.

Industrie en scheepsbouw

scheepsmast in dakconstructieElke activiteit op het water heeft een equivalent op het land. In de Zaanstreek is dit nog goed zichtbaar. Hier is te zien hoe de scheepsindustrie doorslaggevend was voor de vorming van het landschap. Denk aan molens, houtzagerijen, scheepswerven, instrumentenmakerijen, olieperserijen, traanstokerijen en de graanmolens van Wormer, waar al het scheepsbeschuit werd geproduceerd. Ook op andere plekken liet de scheepsindustrie haar sporen na. Voorbeelden zijn overtomen en lijnbanen. Een overtoom is een helling waar een schip overheen kon worden getild en zo over land van het ene in het andere water werd verplaatst. Een lijnbaan is een lang, smal gebouw van soms honderden meters lang, waar touw werd geslagen. Hoewel er geen lijnbanen en overtomen meer in gebruik zijn, hebben ze wel hun invloed gehad op de stedenbouw van havensteden. Straatnamen herinneren hier nog aan. Denk aan de Overtoom in Amsterdam die de verbinding vormde tussen de Schinkel en de Kostverlorenvaart, of de kaarsrechte Lijnbaan in Rotterdam.

Beeld: op plekken waar veel scheepsindustrie plaatsvond werden vaak onderdelen van schepen hergebruikt in gebouwen. Zo werd in een Texelse schaapskooi een scheepsmast aangetroffen.

Binnenvaart

De economische activiteit die zeescheepvaart met zich meebracht vond zijn weerklank in de binnenvaart. Rivieren en kanalen vulden zich met beroepsvaart en trekschuiten. Om de binnenvaart goed te laten verlopen werd er regelmatig in het landschap ingegrepen. Zo werd in 1631 tussen Amsterdam en Haarlem de eerste trekvaart aangelegd: de Haarlemmertrekvaart. De originele sluizen zijn nog steeds in gebruik. Andere maritieme sporen in het landschap zijn rolpalen, die werden gebruikt om het touw van de trekschuit langs te laten rollen om zo goed de bocht te kunnen maken, maar ook gevelstenen in monumentale gebouwen die een halte of een herberg aangeven.

Gezicht op Den Haag vanaf de Delftse vaart, Cornelis Springer, 1852

Beeld: trekschuit - Gezicht op Den Haag vanaf de Delftse vaart (detail), Cornelis Springer, 1852