Vakgebieden

De kennis over de ontwikkeling van ons cultuurlandschap is verspreid over diverse onderzoeks- en ontwerpdisciplines.

Cultuurlandschap is een veelomvattend onderwerp. Denk aan een combinatie van flora en fauna, de ontwikkeling van het klimaat, historische architectuur en stedenbouw, gebruikssporen uit het verleden in het bodemarchief en landschappelijke relicten. Behalve historici en geografen houden ook ontwerpers zoals stedenbouwkundigen en landschapsarchitecten zich met het cultuurlandschap bezig. Hieronder zijn meest relevante onderzoeksdisciplines en vakgebieden op een rij gezet.

Historische geografie

Historische geografie is een combinatie van geografie en geschiedenis. Historisch-geografen doen onderzoek naar de manier waarop mensen door de eeuwen heen hebben ingegrepen in het landschap en hoe het cultuurlandschap zich heeft ontwikkeld. Voor hun onderzoek gebruiken ze historische kaarten en andere (geschreven) bronnen die iets vertellen over het grondgebruik uit het verleden. De historisch-geograaf bekijkt losse (landschaps)elementen en hun onderlinge samenhang. In de praktijk richt het historisch-geografisch onderzoek zich op onderwerpen die buiten het terrein van de archeologie en de bouwhistorie vallen zoals nederzettingsvormen, wegenpatronen, kavelpatronen en sporen van bodemgebruik.Kaart uit 1660 van het centrale deel van Holland  door Jacob Arentz
Beeld: Kaart van Jacob Arentz uit 1660 (centraal Holland)

Architectuur-, bouw- en stedenbouwgeschiedenis

Architectuurhistorici onderzoeken de geschiedenis van onze gebouwde omgeving. Het gaat om een breed werkterrein: van historische interieurs tot de planning van steden. In het onderzoek van een architectuur- of stedenbouwhistoricus staat het ontwerp centraal. Hiervoor raadpleegt hij of zij behalve het desbetreffende gebouw of gebied ook geschreven bronnen en beeldmateriaal zoals ontwerp- en bouwtekeningen en historische kaarten. Bouwhistorici onderzoeken constructies en bouwsporen uit het verleden. Het onderzoek richt zich niet zozeer op het ontwerp maar op de gebruikte bouwtechnieken en materialen. Bouwhistorisch onderzoek vindt vaak plaats in combinatie met archeologisch onderzoek.

Ruimtelijke ordening, stedenbouw en landschapsarchitectuur

Ruimtelijke ordening, stedenbouw en landschapsarchitectuur zijn zelfstandige disciplines die veel raakvlakken met elkaar hebben. Stedenbouwkundigen onderzoeken de mogelijkheden voor de ontwikkeling van bestaande en nieuw in te richten gebieden in stad en dorp. Stedenbouwkundigen en landschapsarchitecten verdiepen zich in de wensen van betrokkenen en de onderzoeksgegevens van onder meer planologen, historisch geografen, economen en sociologen. VDe Noordwaard ten zuidoosten van Rotterdamervolgens vertalen zij dat naar een ruimtelijk plan voor de stad en de omgeving. Beide disciplines houden zich bezig met zowel de bebouwde als niet-bebouwde omgeving, hoewel stedenbouwkundigen vaak meer gericht zijn op de stad en landschapsarchitecten meer op de omgeving. Denk hierbij aan de openbare ruimte in steden, natuurontwikkelingsprojecten, parken, sportvelden, recreatieterreinen, openbare ruimten en tuinen. Planologen maken ook plannen voor de inrichting van een gebied. Zij tekenen daarvoor echter geen ontwerp maar houden zich bezig met het planningsproces en de beleidsvorming. Zo stellen planologen bestemmingsplannen, structuurvisies of tracébesluiten op. Planologen, stedenbouwers en landschapsarchitecten werken vaak met elkaar samen.

Beeld: De Noordwaard ten zuidoosten van Rotterdam wordt omgevormd naar een overstromingsgebied. De uitvoering van het mede door landschapsarchitecten ontworpen plan is in volle gang en wordt geleid door Rijkswaterstaat.

Ecologie

Ecologie is een biologische onderzoeksrichting die zich bezighoudt met het samenspel tussen organismen en hun omgeving. Paleo-ecologen hebben zich gespecialiseerd in de ontwikkeling van flora en fauna in het verleden. Dit onderzoek bestaat onder meer uit stuifmeel- of pollenonderzoek (palynologie). Hiermee is te achterhalen hoe plantensoorten zich over het land hebben verspreid en hoe het landschap en het klimaat zich hebben ontwikkeld. Een tweede methode is het onderzoek naar zaden of macroresten. Deze worden vooral aangetroffen bij archeologische opgravingen en geven gedetailleerde gebiedsspecifieke informatie over de vegetatie uit het verleden. Een derde methode is dendrochronologie, waarmee van grotere houtresten de exacte ouderdom wordt bepaald en omgevingsfactoren worden gereconstrueerd. De resultaten van dit onderzoek worden gebundeld in de databases RADAR (zadendatabase) en DCCD (e-depot dendrochronologie). Net als paleo-ecologen onderzoeken historisch-ecologen de historische ontwikkeling van ecosystemen. Zij gebruiken daar echter ander bronmateriaal voor. De historisch-ecoloog maakt gebruik van historische schriftelijke bronnen om de samenstelling van flora en fauna uit het verleden te reconstrueren.

Grondboringen
Fysische geografie

Fysisch geografen bestuderen, op verschillende ruimtelijk schalen en door de tijd heen, het landschap en de processen die het landschap vormen of hebben gevormd. Het gaat hierbij zowel om het huidige landschap als bedekte, niet meer zichtbare landschappen. Oude landschappen liggen in Nederland vaak verborgen onder een dikke laag sediment en veen. Om te begrijpen hoe deze landschappen eruit hebben gezien, is het noodzakelijk om ze te reconstrueren door middel van paleogeografische kaarten. Fysische geografie is een interdisciplinair vakgebied op het snijvlak van geomorfologie, geologie, bodemkunde, hydrologie, ecologie, biologie en klimatologie. In Nederland is fysische geografie nauw verbonden met kwartairgeologie. Kwartairgeologen houden zich bezig met landschapsvormende processen die de afgelopen 2,6 miljoen jaar hebben plaatsgevonden. 

Beeld: door middel van grondboringen wordt de gelaagdheid in het landschap in kaart gebracht.


Landschapsarcheologie

Archeologen onderzoeken resten uit het verleden die iets vertellen over de manier waarop mensen op een bepaalde plek leefden. Landschapsarcheologie is breder; landschapsarcheologen houden zich bezig met de geschiedenis en de totstandkoming van ons cultuurlandschap. Het landschap is het product van complexe en vaak langdurige processen, die vaak het resultaat zijn van de wisselwerking tussen mens en omgeving. Daarom is een interdisciplinaire benadering en een langetermijnperspectief van belang. Landschapsarcheologen werken op het raakvlak van historische geografie, historische bouwkunde, archeologie, fysische geografie en historische ecologie en halen hun informatie dan ook niet alleen uit archeologische opgravingen, maar ook uit historische en bodemkundige bronnen.

Joodse begraafplaats HardenbergIntegraal onderzoek: de landschapsbiografie

Elk vakgebied onderzoekt een ander aspect van het landschap en gebruikt eigen onderzoeksmethoden. Hierdoor ontstaat het gevaar van kennisfragmentatie. De landschapsbiografie is in het leven geroepen om de kennis uit de verschillende vakgebieden bijeen te brengen. In een landschapsbiografie wordt het verhaal van een landschap op een interdisciplinaire wijze verteld. Een landschapsbiografie laat zien hoe een gebied zich door de eeuwen heen heeft ontwikkeld en de vorm heeft gekregen die het vandaag de dag heeft. Lees meer over de landschapsbiografie in de brochure De landschapsbiografie in de gemeentelijke omgevingsvisie.

Beeld: Joodse begraafplaats bij Hardenberg langs de Overijsselse Vecht. Landschapsbiografieën laten zien hoe het huidige landschap tot stand is gekomen.