Infrastructuur

Bouw van de Wilhelminabrug in Maastricht in de jaren dertig

In het Nederlandse landschap ligt een uitgebreid stelsel van verschillende soorten infrastructuur, zoals land- en waterwegen, dijken en spoorlijnen.

Infrastructuur is een verzamelnaam voor allerlei landschappelijke elementen: van droog tot nat, van groot- tot kleinschalig, van lijnelementen als snelwegen, spoorwegen, kanalen, beken, dijken, tramwegen, kerkenpaden, holle wegen en ringvaarten, tot daarbij horende bouwwerken als bruggen, sluizen, gemalen, tolhuizen en vuurtorens. De verschillende soorten infrastructuur vormen elk hun eigen netwerk, maar staan vaak ook weer in verbinding met elkaar. Onder infrastructuur verstaan we ook militaire verdedigingslinies. Daarover is meer te lezen in het dossier militair landschap.

Een nieuw leven voor oude verbindingsroutes

Infrastructurele lijnen verbinden steden, landschappen en gebouwen. Sterker nog: veel monumentale gebouwen waren er niet geweest zonder weg, spoorlijn of water. Daarmee is oude infrastructuur waardevol. Deze lijnen in het landschap zijn onderdeel van de geschiedenis en vaak bepalend voor de manier waarop een gebied zich heeft ontwikkeld. Kenmerkend voor veel infrastructuur is de voortdurende aanpassing aan nieuwe omstandigheden, tenminste als de betreffende verbinding succesvol is. Zo is het Noorzeekanaal sinds het ontstaan (1867) al zeven keer verbreed. Hetzelfde overkomt de meeste verkeerswegen en spoorwegen; met de verbreding van rijstroken en spoorbanen verdwijnt de oorspronkelijke bescheiden opzet. Dat is ook de reden dat de bescherming van historische infrastructuur in Nederland een beperkte omvang heeft. Het oude tracé is er nog, maar de oorspronkelijke situatie is verdwenen. Daarmee komt het niet in aanmerking voor rijksbescherming.
Als een kanaal niet meer rendabel is, ligt in het voor de hand om het te dempen, dat scheelt de kosten voor het onderhoud. Niet-functionerende spoorlijnen en wegen verdwijnen meestal ook. Toch is er vaak een nieuw leven mogelijk voor oude verbindingsroutes. Zo kan het tracé van een voormalige spoorlijn worden ingezet als fietsroute, kan een oude trambaan worden opgenomen als onderdeel van de openbare ruimte en is een historische waterloop onmisbaar als waterberging.

Beeld: de Wilhelminabrug. Na de Sint Servaasbrug is deze brug de tweede brug voor wegverkeer en na de spoorbrug de derde oeververbinding in Maastricht. De bouw vond plaats in de jaren 1930-1932. Bron: Rijkswaterstaat

In dit dossier:

Reconstructie van het Kanaal van Corbulo in de wijk de Rietvink in Leidschendam

Oudste verbindingen tot ca. 1800

De oudste verbindingen op het land ontstonden plaatselijk. Aanvankelijk was er meer sprake van routes dan van afgebakende wegen.

Hoge Snelheidslijn, snelweg A4 , Hoogmade

Vanaf 1800: schaalsprong

Lange tijd lag het initiatief bij de stadsbesturen. Pas vanaf de Franse tijd werd de planmatige aanleg van wegen en kanalen een aangelegenheid van de centrale overheid.