Oudste verbindingen tot ca. 1800

De oudste verbindingen op het land ontstonden plaatselijk. Aanvankelijk was er meer sprake van routes dan van afgebakende wegen.

In zandgebieden manifesteerden de oudste routes zich als bundels karrensporen die reizigers om natuurlijke obstakels zoals moerassen en stuifzand heen leidden. Bundels karrensporen uit de prehistorie en de middeleeuwen zijn op sommige plekken nog steeds zichtbaar, bijvoorbeeld op het Balloërveld (IJzertijd) in de Drentsche Aa. Karrensporen konden bijna een kilometer breed worden. Als de route onbegaanbaar was geworden door water of verstuiving ontstonden naast de gebaande paden nieuwe wegen.Tracé van de oude Romeinse weg van Xanten-Heerlen-Aken van bomen ontdaan

Beeld: tracé van de oude Romeinse weg van Xanten-Heerlen-Aken van bomen ontdaan, Swalmen, Limburg

Eerste kanalen en wegennetwerken

In het natte Nederland was water de meest efficiënte manier om mensen en goederen te vervoeren. Al in de eerste eeuw na Christus legden de Romeinen kanalen aan, bijvoorbeeld het Kanaal van Corbulo die de mondingen van de Maas en de Oude Rijn in de Hollandse delta met elkaar verbond. Ook werd in de Romeinse tijd voor het eerst een uitgebreid netwerk van rechte wegen uitgerold dat belangrijke steden en legerplaatsen van het Keizerrijk met elkaar verbond. Een deel van dit netwerk is nog steeds in gebruik, zoals de route van Maastricht naar Nijmegen. De weg die langs de rijksgrens (de limes) liep, is door archeologen opgespoord en in Leidsche Rijn weer zichtbaar gemaakt.

Historische kaart van Nederland met het kanaal van Corbulo, anoniem, 1732 - 1734Beeld: Historische kaart van Nederland met het kanaal van Corbulo, anoniem, 1732 – 1734. Bekijk deze kaart in het groot op de website van het Rijksmuseum

Water als economische motor

De handelsroutes over het water vormden het netwerk voor allerlei economische activiteiten en oefenden een grote aantrekkingskracht uit. De aanwezigheid van bevaarbaar water was in de middeleeuwen bepalend voor de aanleg van steden. Het aantal bevaarbare natuurlijke waterlopen onderging een enorme uitbreiding met de verdere ontginning van het land tot agrarisch gebied. Hierdoor kwam een omvangrijk netwerk aan sloten en weteringen tot stand, met de grootste dichtheid in Laag-Nederland. Uiteindelijk werd het overgrote deel van de steden en dorpen in het land over het water bereikbaar.

Onverhard en slecht begaanbaar

De infrastructuur van water en wegen hangt vaak nauw met elkaar samen. De aanleg van waterstaatswerken werden regelmatig gecombineerd met wegen, zoals paden op dijken of op boezemkades. Hiermee kon men het drassige, vaak onbegaanbare achterland vermijden. Behalve in de steden waren de wegen rond 1600 moeilijk begaanbaar en onverhard. Vooral in zandgebieden was het reizen over land een stoffige aangelegenheid. Er zijn enkele uitzonderingen bekend, waaronder de laatmiddeleeuwse Biltse Steenstraat (nu Biltstraat) van Utrecht naar De Bilt. De meeste wegen verbonden vooral plaatsen binnen een regio met elkaar. Dat geldt niet voor de Hessenwegen. Deze doorgaande routes werden vanaf het begin van de 17e eeuw aangelegd voor (grote en zware) wagens met koopwaar uit Duitsland. De Hessenwegen liggen allemaal ten oosten van Utrecht; in Utrecht of Amersfoort werden de goederen overgeladen.Zicht op de Amersfoortseweg richting Zeist, gezien vanaf het ecoduct Beukbergen

Beeld: de Amersfoortseweg (aanleg 1652) werd ontworpen in opdracht van de stad Amersfoort en de Staten van Utrecht door Jacob van Campen, de architect van het Amsterdamse stadhuis. Het ontwerp was revolutionair; een kaarsrechte monumentale weg, van zo’n 60 meter breed, geflankeerd met laanbeplanting en landgoederen. Het doel van dit project was niet alleen om de infrastructuur te verbeteren. Door deze weg kon het omliggende heidelandschap getransformeerd worden tot een luxueus landgoederenlandschap. Deze ambitieuze opzet is echter maar zeer gedeeltelijk gerealiseerd, want buitenplaatsen vestigden zich aanvankelijk nauwelijks langs de weg.

Trekvaarten

Om het toenemende handelsverkeer in de eerste helft van de 17e eeuw in goede banen te leiden, werd behalve doorgaande handelsroutes over land een uitgebreid netwerk van trekvaarten gegraven. Het ging om zo veel mogelijk rechte, directe verbindingen tussen steden; de 17e-eeuwse equivalent van de 20e-eeuwse snelweg. Ook hier was de infrastructuur over water en land nauw met elkaar verbonden. Gelijktijdig werden immers de parallel gelegen jaagpaden aangelegd. De eerste trekvaart in Nederland was de Haarlemmertrekvaart (1634) die een route vormde tussen Amsterdam en Haarlem.

plankaart voor de aanleg van een trekvaart tussen Leiden en Haarlem, juli 1640, Hendrick Symonsz. Duijndam, 1640
Beeld: plankaart voor de aanleg van een trekvaart tussen Leiden en Haarlem, juli 1640, Hendrick Symonsz. Duijndam, 1640. Bekijk deze kaart in het groot op de website van het Rijksmuseum