De opkomst van de stad: 1000 – 1500

Kaart van verstedelijking tussen de 11e en 15e eeuw

Het netwerk van Nederlandse steden zoals we dat vandaag kennen, is grotendeels in de middeleeuwen ontstaan.

In de periode 1100-1400 werd de basis gelegd voor ons huidige stedenpatroon. Overal in het land ontstonden nieuwe steden. Inwoners en heren kwamen bijzondere rechten overeen, in een economische kern met een eigen bestuur, rechtspraak, een markt en vaak een haven. De infrastructuur over water was bepalend voor het stedenpatroon. Nieuwe steden werden gesitueerd op locaties die aantrekkelijk waren voor de handel, aan een grote rivier of een zeearm. De middeleeuwse stadsplattegronden zijn vaak nog tot op de dag van vandaag zichtbaar. Wanneer een stedenbouwkundig patroon eenmaal is uitgerold, ligt de hoofdstructuur meestal vast. Dit heeft onder meer te maken met de ingewikkelde eigendomsverhoudingen binnen een stad.

Havensteden en machtscentra

Economie was de aanjager van de stadsontwikkeling. Veel van de oudste steden die tijdens de 11e en de 12e eeuw zijn ontstaan zoals Groningen, Deventer, Utrecht, Arnhem, Nijmegen, Maastricht en Dordrecht, behoren nu nog tot de grootste steden van Nederland. Deze lagen bijna allemaal aan grote rivieren. In de loop van de 13e en 14e eeuw trok de economie aan. Vaarroutes over de wateren in Zeeland, Holland en Friesland werden steeds belangrijker. Hierdoor ontstonden tientallen nieuwe steden. Hun locatie werd gekozen op basis van bereikbaarheid. Nieuwe steden lagen aan goed bevaarbare binnenwateren. Voorbeelden hiervan zijn Amsterdam, Rotterdam, Alkmaar, Haarlem en Leiden.
Samen met deze havensteden verrezen een aantal nieuwe steden op initiatief van lokale edellieden om hun machtsgebied af te bakenen en tol te heffen. De grootste concentratie ligt op de klei in het stroomgebied van de grote rivieren. Voorbeelden van deze steden zijn Vianen, Buren en Ravenstein. Omdat ze in eerste plaats waren gesticht als machtscentrum van een lokale machthebber, ontbrak het aan economische groeimogelijkheden. Veel van deze steden zijn dan ook klein gebleven.

16e-eeuwse kaart van DelftStedenbouwkundige praktijk

De bemoeienis van het stadsbestuur met de ruimtelijke ordening beperkte zich aanvankelijk tot de noodzakelijke kaders zoals verkaveling en begrenzingen. Ook de aanleg van havens en verdedigingswerken werd centraal geregeld. Koop- en ambachtslieden – vaak in een dubbelrol als stadsbestuurder – hadden een groot aandeel in de ruimtelijke vormgeving van de stad. In de loop van de tijd werd de bemoeienis van het stadsbestuur met de stadsaanleg steeds groter. Er werd bouwregelgeving vastgesteld om de veiligheid en het leefmilieu te verbeteren. Dit was vaak een reactie op rampen, zoals grote stadsbranden, of de verslechtering van het leefmilieu. Er was nog weinig sprake van bewuste functiescheiding; wel ontstonden er vaak specialisaties per buurt, zoals een bepaald soort nijverheid. De eerste nijverheid die werd gereguleerd, was vaak sterk vervuilend, zoals de leerlooierij.



Beeld: de verkaveling van de middeleeuwse stadskern van Delft volgt het onderliggende patroon van 11e en 12e-eeuwse veenontginningen. Deze kaart is getekend door Jacob van Deventer in de tweede helft van de 16e eeuw.

Stedelijke structuren

Steden ontwikkelden zich vaak rond een of meerdere centrale plaatsen. Dit was dikwijls de locatie van een oude kern van een vroegere nederzetting met een parochiekerk, een marktplaats of een waterloop die als haven zou gaan functioneren. Hieromheen werden huizen, monumentale kerken en stadhuizen, verdedigingswerken, waaronder poorten, stadsvesten en wallen opgetrokken. Sommige steden ontstonden door het samenvoegen of uitgroeien van oudere nederzettingen, andere werden volledig nieuw gebouwd. Dit had zijn weerslag op de ruimte:

  • Vaak reflecteerde de stadsplattegrond de oorspronkelijke situatie. Prestedelijke landschapselementen zoals dijken, dammen en veen- of klei-ontginningsstructuren vormden de hoofdstructuur van de stad.
  • Een andere vorm is een rationeel, regelmatig stratenpatroon. Dit werd veel toegepast in nieuwe steden die als machtscentra door lokale machthebbers werden aangelegd. Deze rationele maatvoering werd in de loop der tijd een gangbare stedenbouwkundige praktijk en is kenmerkend voor veel laatmiddeleeuwse steden en stadsuitbreidingen.

 Elburg is een voorbeeld van een nieuw aangelegde stad uit de late middeleeuwen waar de rationele verkaveling tot stand kwam door standaardmaten en -verhoudingen toe te passen

Beeld: Elburg is een voorbeeld van een nieuw aangelegde stad uit de late middeleeuwen waar de rationele verkaveling tot stand kwam door standaardmaten en -verhoudingen toe te passen.