20e-eeuwse verdedigingsmaatregelen

Uitsnede van de kaart met linies en stellingen

Ook in de 20e eeuw werden tal van militaire maatregelen genomen om Nederland door middel van inundatie te beschermen tegen oorlogsdreiging.

Zo werd de 18e-eeuwse Grebbelinie nieuw leven ingeblazen. De Grebbelinie was een voorverdediging van de Hollandse Waterlinie. Deze linie werd in 1926 opgeheven maar in 1939 weer in staat van verdediging gebracht onder de naam ‘Valleistelling’. In hetzelfde jaar werd in het verlengde van de Grebbelinie de Peel-Raamstelling aangelegd.
De Maaslinie werd in de jaren 30 aangelegd om een mogelijke Duitse inval te kunnen vertragen. Met het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog bleek echter dat het principe van inundatie om een land te verdedigen verouderd was. Door de opkomst van vliegtuigen verloren waterlinies grotendeels hun militaire betekenis. Toch verrees in de jaren 50 nog een laatste waterlinie: de IJssellinie. Deze linie moest een eventuele aanval van Russische tanks tegengaan.

Atlantikwall

Een andere ingrijpende maatregel was de aanleg van de 6200 kilometer lange Atlantikwall, een verdedigingslinie gebouwd tijdens de Tweede Wereldoorlog door nazi-Duitsland. Deze linie was bedoeld om een geallieerde invasie te kunnen verijdelen. De linie liep langs de kust van Noorwegen tot de grens met Spanje en bestond uit bunkers, batterijen met luchtafweergeschut, radarinstallaties, versperringen en (natuurlijke) hindernissen. Voor de aanleg van de Atlantikwall werden in Nederland honderdduizenden mensen geëvacueerd en duizenden huizen afgebroken.

Cultuurhistorische betekenis

De 20e-eeuwse linies zijn nog goed zichtbaar in het landschap. Denk aan bunkers langs de Peel-Raamstelling, dijken langs de Valleilinie en sommige waterstaatkundige kunstwerken van de IJssellinie. De Grebbelinie is de enige die integraal is aangewezen als rijksmonument.

Luchtwachtposten

Luchtwachttoren bij Schoonebeek

Na de Tweede Wereldoorlog leidde de toegenomen dreiging van een nucleaire oorlog onder andere tot de oprichting van het Korps Luchtwachtdienst (KLD). Het KLD was een waarschuwingsdienst om laagvliegende vliegtuigen te signaleren die lager vlogen dan de radar toen kon waarnemen. Extra ogen en oren waren nodig om indringers tijdig op te merken.

Om naar die laagvliegers uit te kijken bouwde het KLD tussen 1951 en 1955 een netwerk van 276 hoge uitkijkposten (luchtwachtposten) verspreid over het hele land. Ongeveer de helft van de luchtwachtposten kwam bovenop een bestaand gebouw. De andere helft bestond uit losstaande luchtwachttorens. Een enkele was van baksteen, maar de meeste zijn gebouwd als betonnen toren in raatbouwsysteem.

Het uitkijken en luisteren naar vliegtuigen heeft maar kort geduurd. In 1968 is het KLD opgeheven en raakten de luchtwachtposten buiten gebruik. De Koude Oorlog was nog niet voorbij, maar door ontwikkelingen in de radartechniek en steeds snellere vliegtuigmotoren was het met oog en oor volgen van vliegtuigen overbodig geworden.

Van het netwerk zijn nu nog ongeveer 90 restanten in het Nederlandse landschap terug te vinden. Achttien intacte luchtwachttorens, een kleine 30 fundamenten van gesloopte torens, circa 35 intacte posten op gebouwen of restanten daarvan en zeven commandocentra.

In de kaart van verdedigingswerken is dit hele netwerk van 276 luchtwachttorens te zien.

Foto: Luchtwachttoren bij Schoonebeek